|
Veelgestelde vragen
|
|
SCUBA is de afkorting van Self-Contained Underwater Breathing Apparatus. Deze afkorting werd gebruikt voor de eerste duikuitrusting waarmee een duiker onafhankelijk onder water kon gaan, d.w.z. zonder luchtvoorziening vanaf de oppervlakte. Deze uitrusting werd in 1943 ontwikkeld door Jacques-Yves Cousteau. Alle moderne duikapparatuur is gebaseerd op dit eerste prototype van Cousteau.
|
|
|
De dieptelimiet voor een sportduiker is afhankelijk van zijn of haar opleiding. De meeste organisaties houden voor duikers met een "beginnersbrevet" (Open Water Diver) een maximumdiepte van 18 meter aan en voor duikers met een hoger brevet (vanaf Advanced Open Water) een maximumdiepte van 30 meter, met een absolute limiet van 40 meter.
Deze dieptelimieten hebben te maken met de drukverschillen die onder water optreden: hoe dieper je onder water gaat, hoe groter de druk. Deze toenemende druk heeft op verschillende manieren invloed op het menselijk lichaam: zo neemt de kans op decompressieziekte (ook wel caissonziekte genoemd) toe en neemt het reactievermogen af. Kortom: hoe dieper je gaat, hoe groter de kans op ongelukken.
|
|
|
Als het over duiken gaat, wordt nogal eens de term "diepzeeduiken" gebruikt. Sportduiken heeft helemaal niets met diepzeeduiken te maken; de "diepzee" begint op zo'n 500 meter diepte, een diepte waarop een sportduiker met een gewone duikuitrusting onmogelijk zou kunnen overleven. Diepzeeduiken wordt altijd gedaan met onderzeeërs of speciale pakken die bestand zijn tegen de enorme druk waarmee je te maken krijgt in de diepzee.
|
|
|
In een duikfles zit perslucht, geen zuurstof. Perslucht is niets anders dan de omgevingslucht die we normaal inademen, maar dan samengeperst zodat je zo veel mogelijk mee kunt nemen onder water. Omgevingslucht bestaat grofweg voor 80% uit stikstof en voor 20% uit zuurstof.
Overigens zul je bijvoorbeeld op een boot met duikers wel vaak zuurstofflessen (gevuld met 100% zuurstof) tegenkomen, maar deze worden alleen in geval van nood gebruikt voor gewonde duikers (bijvoorbeeld duikers met decompressieziekte).
|
|
|
Caissonziekte wordt in de duikwereld meestal decompressieziekte genoemd. Decompressieziekte kan ontstaan als je te lang onder water blijft en/of als je te snel naar de oppervlakte opstijgt na een duik.
Tijdens het duiken adem je perslucht, die voor 80% uit stikstof en voor 20% uit zuurstof bestaat. Zuurstof wordt door het menselijk lichaam opgenomen, maar stikstof niet, dus alle stikstof die je inademt, moet je uiteindelijk ook weer uitademen om het kwijt te raken. Normaal gesproken is dit geen probleem, maar als je gaat duiken heb je ook nog te maken met drukverschillen onder water: hoe dieper je gaat, hoe groter de druk. En hoe groter de druk, hoe meer stikstof het menselijk lichaam kan opnemen.
Wanneer je dus een tijdje hebt gedoken, heeft je lichaam een flinke hoeveelheid stikstof opgenomen. Wanneer je vervolgens weer naar de oppervlakte opstijgt, neemt de druk weer af en moet je lichaam het teveel aan stikstof weer kwijt. Als je te snel opstijgt, komt de stikstof vrij in de vorm van belletjes en dan is er sprake van decompressieziekte. Dit effect is te vergelijken met het opendraaien van een fles frisdrank: zodra je dop van de fles draait, valt de druk weg en komt het koolzuur in de frisdrank in één keer vrij in de vorm van belletjes.
De gevolgen van decompressieziekte zijn afhankelijk van de plaats in het lichaam waar de belletjes zich vormen; als de belletjes het hart of de hersenen bereiken, kan dit fatale gevolgen hebben. Decompressieziekte kan worden behandeld door de patiënt 100% zuurstof te laten ademen (hierdoor komt de stikstof sneller vrij) en door de patiënt weer onder druk te brengen in een speciale recompressietank.
|
|
|
Nitrox wordt meestal gebruikt als synoniem voor verrijkte lucht. Verrijkte lucht is lucht waaraan extra zuurstof is toegevoegd. Nitrox is elk gasmengsel bestaande uit stikstof en zuurstof, dus ook mengsels waarin minder zuurstof zit dan in gewone lucht.
Sportduikers ademen meestal gewone lucht, die uit twee gassen bestaat: stikstof (79%) en zuurstof (21%). Verrijkte lucht is lucht die is "verrijkt" met zuurstof. Verrijkte lucht bevat dan ook altijd meer dan 21% zuurstof, meestal tussen 22% en 40%. Dankzij dit hogere percentage zuurstof kun je met verrijkte lucht langer duiken dan met gewone lucht.
Het hogere percentage zuurstof van verrijkte lucht verhoogt echter ook het risico op zuurstofvergiftiging ten opzichte van gewone lucht. Daarom is het, als je met verrijkte lucht duikt, uitermate belangrijk dat je je aan de dieptelimieten houdt. Als je met een verrijkt luchtmengsel duikt met een hoog zuurstofpercentage kun je minder diep duiken dan met een mengsel met een lager zuurstofpercentage.
|
|
|
In films als Jaws van Steven Spielberg worden haaien afgeschilderd als gemene, moorddadige wezens. In werkelijkheid worden echter slechts 21 van de 400 haaiensoorten beschouwd als bedreigend voor de mens en van deze 21 zijn er slechts 4 echt gevaarlijk. Zwemmers, snorkelaars en duikers lopen dus nauwelijks risico aangevallen te worden door een haai. Jaarlijks worden er zelfs meer mensen gedood door bliksem, bijensteken en boerderijdieren dan door haaien.
Wereldwijd vinden er jaarlijks minder dan 100 haaienaanvallen plaats, en daarvan is slechts 15% dodelijk.
De beste manier om een haaienaanval te voorkomen is niet te gaan zwemmen in gebieden waar gevaarlijke haaien voorkomen.
|
|
|
Een rebreather is een systeem waarbij de lucht die je uitademt wordt bewerkt (de kooldioxide wordt eruit gehaald en er wordt zuurstof toegevoegd), zodat je deze weer opnieuw kunt inademen. Dit in tegenstelling tot de gebruikelijke duikapparatuur, waarbij alle uitgeademde lucht in de omgeving verdwijnt en dus niet meer kan worden gebruikt. Er zijn twee verschillende typen rebreathers: volledig gesloten (fully closed, FC) en gedeeltelijk gesloten (semi-closed, SC). Volledig gesloten Een rebreather met gesloten circuit zorgt ervoor dat de partiële druk van zuurstof gedurende de gehele duik hetzelfde blijft, onafhankelijk van de diepte. Hierdoor krijg je veel langere nultijden. Om dit te bereiken, mengt het systeem zelf lucht (of trimix) met 100% zuurstof om op die constante druk te komen. Stel dat je partiële zuurstofdruk is ingesteld op 1,3 bar, dan is het mengsel dat je inademt op 5 meter diepte bijna 100% zuurstof; op 40 meter diepte is dat bijna 27% zuurstof. Bovendien ga je met een gesloten circuit veel efficiënter met de gassen om: je verbruikt alleen wat je nodig hebt. Een volledig gesloten circuit moet je gebruiken als je absoluut geen bellen wilt, je diepere duiken maakt en je langer wilt wegblijven, en als je met trimix gaat duiken (want helium is heel duur en voor een gesloten circuit heb je maar een klein flesje nodig). Gedeeltelijk gesloten Bij een rebreather met een gedeeltelijk gesloten circuit varieert de partiële druk van zuurstof en wordt er met een constante stroom een nitroxmengsel in de kringloop gespoten. Wat je niet verbruikt wordt door het systeem "geloosd" (ongeveer ieder 5 ademteugen zal je belletjes zien). Het is bijna hetzelfde als nitroxduiken; je kunt ook dezelfde tabellen gebruiken. Hoe hoger het zuurstofgehalte in het mengsel, hoe lager de stroom hoeft te zijn, dus hoe langer je kunt doen met je gassen. Maar hoe hoger het zuurstofgehalte, hoe minder diep je kunt gaan. Met dank aan Pim van der Horst, Pims Tek Diving
|
|
|
Freediving is de oudste duiktechniek die bestaat en vindt zijn oorsprong duizenden jaren geleden als manier om voedsel of schatten te verzamelen. De techniek van freediving werd later ingezet bij militaire acties; Italiaanse en Franse soldaten daalden tijdens de Tweede Wereldoorlog af naar duizelingwekkende diepten op één hap adem om mijnen te plaatsen.
Het eerste officiële wereldrecord freediving werd in 1969 gevestigd door een marineduiker uit de Verenigde Staten: Robert Croft dook 75 meter diep op één hap adem. De Fransman Jacques Mayol was in 1976 de eerste die de 100 meter overschreed.
Tegenwoordig zijn er drie categorieën in freediving:
- Constant gewicht, waarbij de duiker tijdens de afdaling en de opstijging een loodgordel draagt; de opstijging vindt plaats op eigen vinkracht.
- Variabel gewicht, waarbij de duiker de loodgordel kan afgooien voordat hij opstijgt.
- No-limits, waarbij de duiker afdaalt met behulp van een soort onderwaterslee aan een touw, waaraan een ongelimiteerde hoeveelheid ballast wordt bevestigd.
De diepste duiken worden behaald in de laatste categorie. Het huidige wereldrecord werd op 18 januari 2000 gevestigd door de Cubaan Francisco "Pipin" Ferreras: 162 meter. Hij is, samen met de Italiaan Umberto Pelizzari, de bekendste freediver van dit moment. Het wereldrecord bij de vrouwen (130 meter) staat op naam van de Française Audrey Mestre; zij behaalde dit record op 19 mei 2001. Audrey Mestre deed een nieuwe recordpoging, naar 165 meter, op 12 oktober 2002, maar helaas is zij bij deze recordpoging omgekomen.
|
Home |
Scuba Women |
Meer over duiken |
Foto's |
Links |
Boeken
|
|
|